Haverkorrel op willigen stand, 1987
Haverkorrel op willigen stand, 1987

 

1989-2006

Vanaf 1989 kon Jac als zelfstandig kunstenaar aan de slag. Bleef keramiek zijn ‘hoofdvak', aan materiaalkeuze en gebruikte technieken werden verder weinig grenzen gesteld.

"Ik neem graag wat de natuur mij schenkt". Van bundels wilgenhout tot de verrassende vormen van zaden. Een gevonden boomstronk wordt in zijn handen een Pijn­boom, waarbij mensengezichten opduiken uit het zwaar beschadigde hout. Bontgekleurde herfst‑ en bloembla­deren worden door de kunstenaar herschikt in symmetrische natuurtapijten soms in de tuin van de buren. "Mijn buren gaan daar heel voorzichtig mee om".

Van Somerens werken zijn soms zo grootschalig gedacht dat zelfs zijn eigen tuin of die van de buren te klein wordt. Dan trekt hij erop uit. Een favoriete plek is het Waalrense natuurgebied: de Zandberg. Beperkingen kent de kunstenaar daar niet, en hij neemt allerlei materialen mee. Variaties op zinkstukken (rijshouten vlechtwerken voor dijkverzwaring) worden in fraaie patronen op het zand gelegd, soms in combinatie met andere materialen zoals wilgenhout en sterk vergrote keramische zaden: Variaties op zinkstukken en Bloem van haver.

Met pigmenten en gekleurd zand creëert Jacques hallucinerende zandtekeningen, die een zelfde magische uitstraling hebben als de schilderingen van de Navajo‑indianen of de Aboriginals.

Alleen een foto rest aan het eind nog, want ook hier worden alle installaties na een dag hard werken weer opgeruimd. Het is zijn privétheater in de open lucht. Juist deze totale vrijheid is wat hem zo aantrekt. Zaden en vooral de haverkorrel is een natuurvorm die Jacques mateloos fascineert. In zijn huiskamer stond een bronzen haverkorrel op een sokkel, traag wentelend om zijn as. De vloeiende, organische structuur van deze zaadkorrel lijkt op een verstilde, ineengedoken zwaan die langzaam zijn vleugels uitstrekt. Natuurvormen die weer andere onverwachte natuurbeelden oproepen. Ook andere zaden duiken in zijn oeuvre op, vaak in opvallende formaten.

 

Zijn band met de natuur wordt door het gebruik van wilgenhout verstevigd, een taaie robuuste houtsoort bestand tegen de ruigste weersomstandigheden. In Nederland en België ook in gebruik voor het zuiveren van zware metalen uit verontreinigde grond. Grote gebogen wilgenhout-bundels duiken keer op keer op in zijn werken. In Kudde staan ze als koeien zij aan zij in het hoge gras, en in Waterloop wandelen de bundels als lemmingen gedwee de waterplas in. Soms weeft hij ook kleine netjes van wilgentakken hoog in de bomen, als ragfijne spinnenwebben. In zijn Wadzwal­ker is dat proces precies omgedraaid. Een grote boomtak staat fier overeind, steunend op breed uitwaaierende takken.  Aan het eind van iedere tak bevinden zich kleine webjes van gevlochten wilgenhout, dansend als kleine voetjes in de rondte. Willige werken noemt Jac ze. Wilgenhout dat ooit diende voor werktuigen en gebruiksvoorwerpen, maar nu terug kan keren tot haar oorspronkelijke wortels. Niet alleen het zuiverende vermogen van de wilg oefent een enorme aantrekkingskracht uit op Jac. In zijn gehele werk wil hij de milieumisstanden aan de kaak stellen. Zuiveren, reinigen en recyclen lijken dan afgeleide onderwerpen voor zijn inspiratie. Zijn creativiteit laat zich hierbij niet beperken door materialen of tijd. Zijn eerste zuiveringsinstallatie bouwt hij al in 1968.

De laatste jaren is hij teruggekeerd naar portretten, rake typeringen van bijzondere figuren in brons. De cirkel lijkt compleet: in juli 2006 is Jac helaas overleden.